Wat is een obsessieve compulsieve stoornis (dwangstoornis)?
Lig je al in bed en ga je toch nog even kijken of het gas uit is? Of zit je al in de auto en ga je toch nog even checken of de deur wel op slot is, terwijl je eigenlijk weet dat alles in orde is? Voor veel mensen zijn dit herkenbare momenten, maar dat wil nog niet zeggen dat je last hebt van dwangklachten.
Wanneer zulke handelingen of gedachten een groot deel van je dag in beslag nemen en je dagelijks leven beïnvloeden, waardoor je moeite hebt om normaal te functioneren, kan er sprake zijn van een dwangstoornis (ook wel OCS genoemd: Obsessieve Compulsieve Stoornis). Mensen met een dwangstoornis hebben vaak last van dwanggedachten en/of dwanghandelingen die telkens terugkomen en veel tijd in beslag nemen.
Een dwangstoornis kenmerkt zich door terugkerende, hardnekkige gedachten (obsessies) en/of handelingen (compulsies) die je moet uitvoeren om angst of een onprettig gevoel te verminderen. Hoewel mensen met een dwangstoornis vaak weten dat hun gedachten of gedragingen overdreven of onlogisch zijn, lukt het niet om ze te stoppen. Het negeren van deze dwanggedachten lukt vaak niet, waardoor je je onrustig en gespannen kunt voelen.
Een dwangstoornis is een vorm van een angststoornis. Een dwangstoornis kan leiden tot serieuze problemen in het dagelijks functioneren.
Een dwangstoornis ontstaat meestal door een combinatie van lichamelijke, omgevings- en persoonlijke factoren. Het is een proces dat zich geleidelijk ontwikkelt en niet van de ene op de andere dag ontstaat.
Kenmerken van een dwangstoornis
De belangrijkste kenmerken van een dwangstoornis zijn:
- Obsessies: ongewenste, steeds terugkerende gedachten of beelden die angst of ongemak veroorzaken. Deze gedachten zijn vaak irrationeel, maar voelen heel echt aan. Bijvoorbeeld constant denken dat je bacteriën of virussen oppikt, twijfels over veiligheid, angst dat je belangrijke spullen kwijt zult raken of iets belangrijks vergeet. Je wilt deze gedachten eigenlijk niet hebben, maar ze komen toch steeds terug. Veel mensen proberen deze dwanggedachten te negeren of te onderdrukken, maar dit lukt meestal niet en kan de klachten zelfs verergeren.
- Compulsies: herhaalde handelingen of rituelen die je in een bepaalde volgorde of volgens bepaalde regels uitvoert om de obsessies (de dwanggedachten) of de daarmee gepaard gaande angst te verminderen. Mensen met een dwangstoornis kunnen bijvoorbeeld eindeloos controleren, schoonmaken, tellen of bepaalde routines volgen om gerustgesteld te worden.
- Bewustzijn en impact: je bent je meestal bewust dat je gedachten of handelingen overdreven of onlogisch zijn, maar je hebt er geen controle over en kunt er niet mee ophouden. Het belemmert je ernstig in je dagelijks leven.
Je doet de dwanghandelingen om minder angst of ongerustheid te voelen. Als je de handelingen niet uitvoert (of niet op de juiste wijze of niet in de goede volgorde), ben je bang dat er iets ergs gebeurt. Het kan ook voorkomen dat je wilt dat je familie of huisgenoten meedoen. Ze moeten bijvoorbeeld ook steeds alles schoonmaken, opruimen of bepaalde routines uitvoeren.
Het hebben van dwangmatige gedachten en handelingen kan erg veel tijd en energie kosten. Dit kan ervoor zorgen dat je minder ruimte hebt voor je dagelijkse bezigheden of sociale activiteiten, wat een gevoel van eenzaamheid kan veroorzaken. Het kan ook zijn dat je je schaamt voor je gedachten en gedrag, wat je zelfbeeld negatief kan beïnvloeden.
Daarnaast kan het invloed hebben op je functioneren op werk of school, omdat het lastig kan zijn om je te concentreren of voldoende tijd vrij te maken voor je taken. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat je (tijdelijk) moet stoppen met werken of studeren. Er zijn verschillende risicofactoren die kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een dwangstoornis, waaronder persoonlijke eigenschappen zoals snel angstig zijn of een sterke behoefte aan controle.
Enkele voorbeelden van dwangmatig handelen
Ervaringsverhalen van mensen met een dwangstoornis geven inzicht in de dagelijkse uitdagingen en de impact van dwangmatig gedrag. Hieronder volgen enkele veelvoorkomende vormen van dwanghandelingen, waarbij we ook wijzen op persoonlijke ervaringen.
1. Controleren
Je hebt de neiging om dingen constant en veelvuldig te controleren, zoals: zijn alle deuren en ramen op slot (angst voor inbraak), is het gas uit (angst voor brand), zijn alle kranen dicht (angst voor lekkage), zijn alle elektrische apparaten uit (angst voor kortsluiting), etc. Je weet dat de handelingen overdreven zijn in relatie tot het eventuele gevaar, maar je blijft het toch doen en je kunt er niet mee stoppen. Je hebt het misschien al tien keer gecontroleerd, maar je vertrouwt je eigen waarneming niet.
Een ervaringsverhaal: Vera begon op achtjarige leeftijd met het controleren van haar kamer. Ze moest van zichzelf telkens wijzen op plekken waar brand kon ontstaan of waar monsters zich konden verstoppen, om haar angst voor brand en monsters te verminderen. Dit controleren werd een vast onderdeel van haar avondroutine.
2. Smetvrees
Bij smeetvrees heb je een extreme angst voor vuil, bacteriën of besmetting. Je controleert voortdurend of iets wel of niet vuil is. Dit kan leiden tot obsessief handen wassen, alles schoonmaken of het vermijden van bepaalde plekken, personen of objecten. Bijvoorbeeld: je geeft mensen liever geen hand uit angst voor bacteriën, en als je het handen schudden niet kunt vermijden dan ga je daarna direct je handen wassen. Deze angst voor bacteriën hangt vaak samen met de vrees om ziek te worden of ziekte te verspreiden.
3. Symmetrie en precisie
Dit gaat om een obsessieve behoefte aan orde, symmetrie en precisie. Alles moet op een bepaalde manier liggen of staan of volgens strakke regels georganiseerd zijn. Bijvoorbeeld: iemand voelt de behoefte om alle boeken steeds perfect recht en in een specifieke volgorde te zetten. Of alle kleding wordt steeds weer opnieuw op een bepaalde manier en netjes opgestapeld in de kast. Mensen kunnen zichzelf wijzen op het belang van deze routines om hun onrust te verminderen.
4. Verzameldwang
Als je één bepaald voorwerp verzamelt (zoals spaarpotten, postzegels of films), ben je een verzamelaar en heb je nog geen verzamelstoornis. Mensen met verzameldwang hebben enorm veel moeite met het weggooien van allerlei spullen, zelfs als deze onbruikbaar en geen waarde meer hebben. Het wegdoen van deze spullen kan veel spanning of angst oproepen en kan in extreme gevallen leiden tot huiselijk overlast (er is geen leefbare ruimte meer en het is niet meer mogelijk om het huis schoon te maken).
Gedachten en gevoelens kunnen dwanghandelingen sterk beïnvloeden. Een ervaringsverhaal: Wies voelde zich vaak schuldig ten opzichte van mensen die het erger hadden dan zij. Dit schuldgevoel wees haar steeds op de noodzaak om bepaalde handelingen uit te voeren, waardoor haar dwanggedachten en -gedrag werden versterkt.
Wat is de oorzaak van een dwangstoornis?
Het ontstaan van een dwangstoornis is niet te herleiden tot één oorzaak. Meestal is er sprake van een combinatie van verschillende risicofactoren, zoals erfelijkheid, lichamelijke oorzaken en persoonlijke eigenschappen:
Erfelijkheid
Als in jouw familie dwangstoornissen voorkomen, is het risico groter dat je kwetsbaar bent om deze stoornis ook te ontwikkelen. Lichamelijke oorzaken, zoals bepaalde hersenprocessen, kunnen hierbij ook een rol spelen.
Negatieve ervaringen
Traumatische ervaringen of stressvolle gebeurtenissen, met name in de kindertijd, kunnen het risico op het krijgen van een dwangstoornis vergroten. Hierbij kun je denken aan het overlijden van een ouder, verwaarlozing, mishandeling of pesten.
Persoonskenmerken
Bepaalde persoonskenmerken kunnen de kans op het ontwikkelen van een dwangstoornis vergroten, zoals een grote neiging om alles te controleren, perfectionisme, of een aanleg om snel angstig te zijn.
Behandeling dwangmatig denken en handelen
Over het algemeen is een dwangstoornis goed te behandelen. Het doel van de therapie is dat je op een andere manier met je dwanggedachten omgaat, dat je controle krijgt over je dwanghandelingen en dat je bepaalde situaties, plekken of personen niet meer uit de weg gaat. Met als uiteindelijk doel dat je beter kunt functioneren in het dagelijks leven en dat je welzijn verbetert.
Cognitieve gedragstherapie (CGT) richt zich specifiek op het verminderen van angstklachten. Tijdens de behandeling onderzoekt de behandelaar samen met jou welke gedachten en gedragingen een rol spelen bij jouw klachten. Het behandelproces start altijd met een gesprek, waarin de behandelaar je meer kan vertellen over de verschillende behandelopties en samen met jou beslist welke aanpak het beste past.
Het behandelteam bestaat uit betrokken professionals met een relevante studieachtergrond, zoals psychologie, zodat je kunt rekenen op deskundige begeleiding.
Het is verstandig om bij je zorgverzekeraar na te gaan of de behandeling wordt vergoed.
Dwangstoornis behandeling pagina, als je aanvullende informatie wilt over hoe we je dwangklachten kunnen behandelen.
Diepe hersenstimulatie bij dwangstoornis
Diepe hersenstimulatie (DBS) is een specialistische behandeling die in sommige gevallen wordt ingezet bij mensen met een ernstige obsessieve compulsieve stoornis (OCS), oftewel dwangstoornis. Bij deze therapie worden elektroden in specifieke gebieden van de hersenen geplaatst, die vervolgens met kleine elektrische impulsen worden gestimuleerd. Het doel hiervan is om de hersenactiviteit te beïnvloeden en zo hardnekkige dwanggedachten en dwanghandelingen te verminderen.
DBS wordt meestal pas overwogen als andere behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie en medicatie, onvoldoende effect hebben gehad. Het is een ingrijpende behandeling die alleen wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd team van behandelaars. De procedure vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en een uitgebreid behandelplan, waarbij regelmatig wordt geëvalueerd of de behandeling het gewenste effect heeft. DBS is geen snelle oplossing; het traject vraagt tijd, geduld en nauwe samenwerking met je behandelaar.
In de praktijk wordt diepe hersenstimulatie vaak gecombineerd met andere therapieën, zoals psychomotorische therapie of beeldende therapie, om het herstelproces te ondersteunen. Het is belangrijk om te beseffen dat DBS niet voor iedereen geschikt is en dat een grondige evaluatie noodzakelijk is voordat deze behandeling wordt gestart. Samen met je behandelaar bespreek je welke opties het beste aansluiten bij jouw situatie en welke verwachtingen realistisch zijn.
Het delen van je ervaringen en gevoelens met naasten of lotgenoten kan veel steun bieden tijdens het behandeltraject. Praten over wat je doormaakt helpt niet alleen om je gevoelens te verwerken, maar zorgt er ook voor dat je je minder alleen voelt. Ook je huisarts kan een belangrijke rol spelen in het begeleiden van het proces en het bieden van extra ondersteuning.
Mensen met een dwangstoornis ervaren vaak dat hun dagelijks leven ernstig wordt beïnvloed door terugkerende gedachten en bepaalde handelingen. Het is belangrijk om te weten dat een dwangstoornis niet vanzelf overgaat en dat professionele hulp noodzakelijk is. Door samen te werken met een ervaren behandelaar en open te staan voor verschillende behandelmethoden, kun je stap voor stap werken aan het verminderen van je klachten en het verbeteren van je kwaliteit van leven. Steun van je omgeving en het delen van je verhaal met lotgenoten kunnen daarbij een waardevolle aanvulling zijn.
Levensstijl en dagelijkse tips
Leven met een obsessieve compulsieve stoornis (OCS) kan je dagelijks flink op de proef stellen. Toch zijn er verschillende manieren waarop je zelf invloed kunt uitoefenen op je klachten en je kwaliteit van leven kunt verbeteren. Kleine aanpassingen in je levensstijl en dagelijkse routine kunnen helpen om de grip op dwanggedachten en dwanghandelingen te vergroten.
Een eerste stap is leren omgaan met stress en angst, omdat deze gevoelens vaak een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van dwangklachten. Ontspanningsoefeningen, zoals diepe ademhaling, progressieve spierontspanning of mindfulness, kunnen helpen om spanning te verminderen en je gedachten tot rust te brengen. Door regelmatig tijd te nemen voor ontspanning, geef je je hersenen de kans om te herstellen van de voortdurende onrust die een dwangstoornis met zich meebrengt.
Structuur aanbrengen in je dag kan ook veel rust geven. Probeer vaste tijden aan te houden voor opstaan, eten, werken en slapen. Dit helpt om een gevoel van controle te behouden, waardoor de behoefte aan bepaalde handelingen – zoals overmatig handen wassen of controleren – kan afnemen. Als je merkt dat bepaalde handelingen steeds meer tijd in beslag nemen, kan het helpen om deze te beperken tot specifieke momenten op de dag. Zo voorkom je dat ze je hele dag gaan beheersen.
Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een bewezen effectieve behandeling bij een dwangstoornis. Samen met een behandelaar onderzoek je hoe gedachten, gevoelens en gedrag met elkaar samenhangen. Je leert negatieve denkpatronen herkennen en doorbreken, en krijgt praktische handvatten om moeilijke situaties aan te pakken. Het kan prettig zijn om samen met je behandelaar een concreet plan te maken voor momenten waarop de dwanggedachten en dwanghandelingen het sterkst zijn.
Steun van naasten is onmisbaar. Praten met vrienden, familie of lotgenoten kan het gevoel van eenzaamheid verminderen en zorgt ervoor dat je je begrepen voelt. Je hoeft het niet alleen te doen: anderen kunnen je helpen om moeilijke momenten door te komen en je motiveren om vol te houden. Ook contact met lotgenoten – bijvoorbeeld via een praatgroep of online forum – kan steun bieden en herkenning geven.
Voor sommige mensen met een ernstige dwangstoornis kan diepe hersenstimulatie (DBS) een optie zijn. Hierbij worden bepaalde hersengebieden elektrisch gestimuleerd om de klachten te verminderen. Deze behandeling wordt alleen toegepast als andere therapieën onvoldoende effect hebben gehad, en altijd onder begeleiding van een gespecialiseerd team. DBS is nog relatief nieuw en wordt nog volop onderzocht, maar kan in sommige gevallen uitkomst bieden.
Het belangrijkste om te onthouden: een dwangstoornis gaat niet vanzelf over. Blijf er niet mee rondlopen, maar zoek professionele hulp via je huisarts of een psycholoog. Met de juiste behandeling, steun van je omgeving en aandacht voor je eigen welzijn is het mogelijk om de klachten te verminderen en weer grip te krijgen op je dagelijks leven. Geef jezelf de tijd en wees mild voor jezelf – herstel is een proces, geen wedstrijd.
Contact Psychologen Amsterdam
Herken je jouw klachten en heb je behoefte aan hulp of heb je gewoon een vraag over de behandeling van je dwangklachten? Bel dan voor een afspraak of stuur een bericht




















































