GZ-Psycholoog Irina Poleacov

Vluchten
Ik ben geboren in de stad. Ik bracht er mijn jeugd door, ging er naar de lagere school en had er mijn vrienden. Die stad was Boekarest. Op mijn elfde vluchtten mijn ouders – politiek vluchteling – naar Nederland. Eerst mijn vader, via Duitsland, later wij er achteraan. We lieten alles achter, en de paar bezittingen die we dragen konden werden gestolen op het treinstation, zelfs onze paspoorten waren we kwijt. Met niets kwamen we in Nederland.

Vastbesloten er iets van te maken
Mijn ouders zijn goed opgeleid en doorzetters. Al met al kostte de vlucht mij en mijn broer natuurlijk ook schooltijd. Tijd die mijn ouders liefst terug zouden geven. En nu dat niet kon… inhalen. We hadden een beetje geluk en werden snel geplaatst op Texel. Een verlegen meisje van elf, uit een oost-Europese stad tussen de eilandbewoners en de schapen. Ook ik was vastbesloten er het beste van te maken.

Zo snel mogelijk Nederlands te leren en nog Nederlandser dan de Nederlander worden. Toegegeven: dat was geen makkelijke tijd. Ik had veel moeite mijn identiteit te vinden of misschien beter, te behouden. Daarbij waren we de eerste lichting Roemeense Nederlanders een gemakkelijke prooi voor pesterijen.

Psychologie studeren
Vandaar dat ik op mijn zeventiende ook al reikhalzend uitzag naar de volgende stap: studie. Achteraf lag het voor de hand dat ik psychologie zou gaan studeren. Toen was dat nog niet zo vanzelfsprekend. Ik wilde graag met mensen werken, maar verder wist ik het nog niet.

Ik wilde altijd dierenarts worden, tot ik de castratie van mijn kat bijwoonde. In mijn oriëntatie op verschillende studies kwam ik ook op een open dag van psychologie. De onderwerpen, theorieën en leerstof spraken me aan.

Op de Universiteit
De studie moest er even inkomen. De eerste jaren zijn taai, stug en hebben vooral een wetenschappelijk doel. Pas vanaf het derde jaar komen de vakken die er toe doen en waar ik ook nu nog iets aan heb. In de stage komt het vak tot leven. Ik had geen eenvoudige stage, het ging om zo goed als uitbehandelde mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Geen makkelijke groep. Confronterend en zowel emotioneel als intellectueel zwaar. Ik vond het geweldig. Het werk, zowel inhoudelijk als praktisch, paste precies bij me. Ik voelde me gemaakt om dit te doen. Een heel plezierige ontdekking.

Ondertussen met mezelf
Mijn eerste jaar op de universiteit was ook een hernieuwde ontmoeting met mezelf. Tenminste, ik liep tegen te veel vragen en problemen aan om het allemaal alleen te kunnen. Ik besloot in therapie te gaan. Dat was niet alleen voor mezelf een heel verstandig besluit, maar ook voor mijn werk. Doordat ik weet hoe het kan voelen aan jouw kant van het gesprek – de kwetsbaarheid, het gevoel van afhankelijkheid en de diep gekoesterde wens het weer zelf allemaal te snappen en kunnen – sta ik makkelijker dichter bij mijn cliënten.

Toen ik mijn studie afsloot wilde ik het ook echt afronden allemaal. Een volgende versie van mezelf. Ik ging op reis naar India en ontdekte hoe echt een ‘life-changing-experience’ kan zijn. Het land, het leven, tot in de kleuren en de geuren, in alle fraaiheid én naarheid (ook ik ben er lang doodziek geweest): een regelrechte reset van mezelf.

Recept voor een burn-out
Weer terug in Nederland kon ik werken aan een driejarig onderzoek. Mooi werk, belangwekkend werk. Maar niet mijn soort werk. Of beter, de academische streberigheid het benodigde ellebogenwerk en de tunnelvisie op die ene publicatie en die ene promotie, dát past me niet. En toch liep ik er een tijdje in mee; was succesvol, deed mijn werk goed, had hoge verwachtingen en er werd steeds meer van me verwacht. Het liep uit op een burn-out, en eigenlijk een tweede, dit keer gedwongen, reset.

Mooi werk
En daarmee kwam alles thuis. Ik had mijn jaren nodig gehad mezelf écht te vinden. Ik had mijn valse ambities af kunnen schudden. Ik had mijn inzicht in het vak én in mijzelf kunnen verdiepen. Misschien dat ik nu ook de basis had om het werk als psycholoog te kunnen doen. Ik ging in een privé praktijk werken, deed de GZ opleiding, kreeg en gaf supervisie, deed een opleiding therapie met paarden. Kortom, ik werkte aan een stijl die bij me past.

Persoonlijk, warm en direct
Als ik mijn werkstijl beschrijf zijn dat de belangrijkste woorden. Mijn cliënten gaan me aan het hart, ik doe dit werk omdat het me wat doet. En ik weet uit ervaring hoe belangrijk juist dat persoonlijke contact tussen cliënt en psycholoog is. De basis van de behandeling wordt gevormd door goed getoetste en bewezen methoden en technieken. Op die stevige basis variëren we ook met andere technieken, spirituele methoden, Westerse en Oosterse theorieën.

Daarbij zorg ik er voor dat je je als cliënt gezien voelt, dat er iemand is die jou herkent, die achter de maskers van alledag kan kijken en jou ziet. Die je in al je kwetsbaarheid en ogenschijnlijke tekortkoming kan zien zonder te oordelen, zonder een mening.

Zie je, ik vind cliënten de dapperste mensen. Het is niet makkelijk om tegenover een vreemde – ook al is het een vakvrouw – te zitten en je ziel en zaligheid te vertellen. Juist ook omdat je er niet trots op bent, je er misschien zelf voor schaamt of jezelf veroordeelt.

Moeder, film en feest
Naast mijn werk ben ik eerst en vooral de moeder van mijn zoontje. Daarnaast ga ik heel graag naar de film – goedgemaakte Hollywood-films, waar ik, sinds de geboorte van datzelfde zoontje het eigenlijk nooit meer droog houdt. Een goed feest sla ik ook nooit over, al komt daar niet zo heel veel meer van, ik heb mijn slaap hard nodig. Feesten is vooral met vrienden afspreken, koken en lekker eten.

Heb je nog vragen of wil je een afspraak maken?

Vul het contactformulier in.

Per 1 januari 2017 zijn alle aanbieders van ‘geneeskundige GGZ’, dat wil zeggen generalistische basis-ggz en gespecialiseerde ggz binnen de Zorgverzekeringswet, verplicht een kwaliteitsstatuut openbaar te maken. Zie hier het goedgekeurde statuut van Irina.